Editie oktober 2014

Neske Beks (c) Henk Wildschut
Neske Beks (c) Henk Wildschut
Rubriek: 
Auteur: 
Naomi Felesita
Foto: 
(c) Henk Wildschut

Neske Beks: "Sommige woorden zijn aan mijn schors blijven plakken"

Naar eigen zeggen las ze al voordat ze het leerde en schreef ze al voordat ze kon schrijven. Als tiener wordt de van oorsprong Vlaamse Neske Beks verliefd op Amsterdam en besluit er te gaan wonen. Nu, ruim twee decennia later, is de liefde voor de stad misschien iets bekoeld, maar de passie voor taal nog lang niet. Als verhalenverteller gaat ze dagelijks op zoek naar wat verteld mag worden. In april debuteerde ze met haar roman 'De Kleenex Kronieken' en vanaf 24 oktober toert ze mee met Ken je buren door Vlaanderen en Nederland. 

Neske Beks (42) is geboren in Antwerpen en groeide op in het nabijgelegen Mortsel Oude God. Het was niet een studie of de liefde die haar naar Amsterdam lokte, maar de hoofdstad zélf. In 2001 studeert ze af aan theateropleiding Selma Susanne en groeit vanaf dan uit tot een ware duizendpoot op het gebied van storytelling. Verder is ze presentator, scenarioschrijver, regisseur en schrijfcoach.

Wat voor relatie heb jij met taal?

Neske Beks: Taal is voor mij meer dan letters. Het gaat ook om lichaamstaal, om energie, om zoveel meer. Ik zie mezelf niet als presentatrice, schrijfster of documentairemaakster, maar als ‘storyteller’. Ik doe één ding en dat kan verteld worden op verschillende manieren. Het gaat mij om de kracht van het verhaal. Als kind was ik al heel erg bezig met taal. Dan las ik voor aan mijn nichtje voordat ik daadwerkelijk kon lezen. Ik verzon gewoon maar wat.

Ik zeg liever 'ik zie u graag' dan 'ik hou van jou'.

Je bent van oorsprong Vlaamse maar woont nu al twintig jaar in Nederland. Hoe beïnvloedt dat jouw taalgebruik?

Vlaamse vrienden schrikken er soms weleens van hoe Noord-Nederlands ik ben gaan praten. Maar bepaalde woorden of zinnen spreken mij nog steeds meer aan in het Vlaams. Ik zeg bijvoorbeeld liever 'ik zie u graag' dan 'ik hou van jou'. Dat typisch Vlaamse heeft een bepaalde saus, het is sappig en fijn. Bij 'ik hou van jou' komt het meer uit mijn hoofd dan uit mijn hart. Maar in bepaalde dingen ben ik wel Nederlandser geworden. Dan hoor ik mezelf ineens 'jeetje' zeggen terwijl ik 'amai' eigenlijk veel mooier vind klinken.

Zijn woorden voor jou dan zoiets als accessoires?

Integendeel. Veel woorden heb ik tot mij genomen omdat ik me snel assimileer. Iets wat ik eigenlijk best irritant vind aan mezelf. Maar ergens is het ook een talent. Ik maak daardoor makkelijk contact met mensen. Woorden zijn voor mij absoluut geen accessoires. Zoals de lijnen in je hand veranderen en een boom er kringen bij krijgt, is het ook met onze taal: ze verandert. Sommige woorden zijn bij mij gaan horen terwijl ik ze niet eens mooi vind. Ze zijn aan mijn schors blijven plakken.

Jacques Brel zei ooit "Nederlands is geen taal. Het is een verkoudheid." Mee eens?

Neske lacht. "Ik kan me voorstellen dat vooral de manier hoe hier de 'g' wordt uitgesproken, klinkt alsof je je keel aan het schrapen bent. Nederlands heeft sterke en zwakke kanten. Eén van mijn favoriete boeken is ‘Het Belgisch labyrint: de schoonheid der wanstaltigheid’ van Geert van Istendael. Het gaat heel erg over de identiteit van België, maar ook over de verschillen met Nederland."

Er zit een soort taalbewustzijn in je onderbewustzijn.

Je moeder is Vlaamse, je vader was Gambiaan. In hoeverre speelt je vaders achtergrond een rol in jouw taalgebruik?

Ik groeide op bij pleegouders, dus mijn vader heeft mij niet opgevoed. Ik spreek dan ook geen woord Wolof of Mandinka. Wat ik wel merk is dat de muziek van die cultuur meteen mijn hart ingaat. Ik heb ooit eens een toneelstuk geschreven over een man die doodging en toen zocht ik daar puur op gevoel een mooi eindlied bij uit. Uiteindelijk bleek dat lied, wat in het Mandinka werd gezongen, ook daadwerkelijk te gaan over een man die doodging. Dat vond ik heel bijzonder. Ik denk dat er toch een soort taalbewustzijn in je onderbewustzijn zit.

De lach opent alles.

In april kwam 'De Kleenex Kronieken' uit, je debuutroman. Je schrijft  over zware dingen als een bombardement, eenzaamheid, een overleden moeder, maar het boek wordt toch als grappig en licht ontvangen. Is het een bewuste keuze om op die manier te schrijven?

Ja, dat is de manier waarop ik werk. De mokerslag van ontroering komt veel harder aan als je eerst bent ingesmeerd met een olie van humor. De lach opent alles. Het is wat mijn werk typeert. Men heeft mij wel eens een cabaretière genoemd, maar ik ben het daar niet mee eens. Ik vertel gewoon verhalen. Dat is wat ik doe.

Over Neske Beks

Neske Beks volgde de toneel- en kleinkunstopleiding Studio Herman Teirlinck in Antwerpen en vestigde zich vervolgens in Amsterdam. Ze won de Hollandse Nieuwe Toneelschrijfprijs en maakte eind 2010 haar filmdebuut met de documentaire 'Eigen Volk'. Haar debuutroman 'De Kleenex Kronieken' (Uitgeverij De Harmonie) is een met humor geschreven familie- en dorpskroniek. Priscilla Peeters, dochter van een Vlaamse vader en een Senegalese moeder die vlak na haar geboorte overleed, groeit op in de benauwende atmosfeer van Mortsel Oude God.