Editie mei 2014

Stijn Verrept
Stijn Verrept
Rubriek: 
Auteur: 
Ludo Permentier

Stijn Verrept: ‘Standaardtaal is een kwestie van respect’

‘Wie de taal op een juiste manier hanteert, geeft blijk van waardering voor de medemens.’ De Antwerpse emeritus hoogleraar Stijn Verrept laat zijn ontwapenende glimlach zien. ‘Als je wil weten waarom ik secretaris ben van de Actiegroep Nederlands die met de petitie Nederlands Vanzelf Sprekend oproept onze standaardtaal te verdedigen – dát is de reden.’

Maar er zijn nog andere mogelijke motieven. De actiegroep, tegenwoordig 21 mensen uit de academische en de zakenwereld, wilde aanvankelijk waarschuwen voor de verengelsing van onze maatschappij. Dat is ook wat veel ondertekenaars van de petitie benadrukken  in hun commentaren. Die zeggen ook dat we te veel vreemde woorden toelaten in het Nederlands. Anderen zijn dan weer bezorgd over het uiteengroeien van het Belgische en het Nederlandse Nederlands. Nog anderen hebben het over taalfouten die ze overal in hun omgeving menen te horen.

‘Wat ons echt stoort, is de slordigheid waarmee wordt omgesprongen met onze taal’, zegt Stijn Verrept. ‘Poldernederlands dat we in Vlaanderen niet begrijpen zonder ondertitels. TV-koks die worden aangemoedigd om tussentaal te spreken omdat het publiek dat liever zou horen. Politici die tussentaal spreken om zich populair te maken.’

‘Wat ons echt stoort, is de slordigheid waarmee wordt omgesprongen met onze taal.’

Mag zo’n kok dan het Nederlands van zijn kijkers niet spreken op tv?

‘Is dat wel het Nederlands van zijn kijkers of het Nederlands dat ze van hem verwachten? Wij begrijpen niet dat men het nodig vindt om van de normen van het Nederlands af te wijken zodra men buiten het formele register gaat. Alsof het Nederlands alleen geschikt is voor Terzake of Pauw & Witteman. Natuurlijk sprak ikzelf thuis een ander Nederlands dan wanneer ik college gaf. Maar ik sprak altijd Nederlands. Nu lees ik in een onderzoek van Johan De Caluwe (Ugent), dat leraren het Nederlands massaal loslaten in de klas en overgaan op tussentaal. Het verschilt van school tot school, en misschien van klas tot klas. Maar als het zo slecht gesteld is als uit dat onderzoek blijkt, dan betreuren wij dat  ten zeerste.’

Zegt u nu dat het Nederlands ziek is?

‘Zeker niet. Nog nooit hebben zoveel mensen, ook jongeren, zo goed Nederlands gesproken als nu. Dat kun je overal horen. Ik was onlangs bij een grootouderdag op een school in Antwerpen. Vijftien procent van die leerlingen was van vreemde afkomst, maar bijna al die grootouders spraken vlot Nederlands en met de kinderen gebruikten ook de onderwijzers en onderwijzeressen de standaardtaal. Alleen toen die laatsten een sketch over Bezoek aan de grootouders gingen opvoeren, moest dat blijkbaar ineens in het dialect. Daarmee werd een onjuist beeld gegeven van de taalwerkelijkheid in dat milieu.’

‘Ik heb nog een mooie anekdote. Op de VRT speelt presentator Ben Crabbé met kinderen het spelletje Blokken. Een van die kinderen moet een vraag beantwoorden, en zegt: "Slagroom". Crabbé wil grappig doen en repliceert: "Crème fraîche, zal je bedoelen. Slagroom – dat zegt bij ons toch niemand?" Waarop het jongetje terugkaatst: "Wij wel." Het begint op te vallen: wie het voorbeeld moet geven, laat het afweten.’

'Ik gun het iedereen om onze standaardtaal in hoge mate te beheersen.' 

Wie crème fraîche eet, kan toch ook gelukkig zijn?

‘Natuurlijk. Ik ben zelf in het Gents opgevoed. Dat is mijn eigenlijke moedertaal, en ik vind het nog altijd een genot Gents te kunnen spreken en ermee te kunnen spelen. Het Nederlands heb ik later geleerd als tweede moedertaal. Maar dat heeft mijn wereld op een ongelooflijke manier verruimd. Ik gun het iedereen om onze standaardtaal in hoge mate te beheersen. Je kunt het draaien of keren zoals je wilt, maar zo krijg je veel gemakkelijker toegang tot zoveel interessante terreinen. Als ik mij na mijn lange carrière als hoogleraar nog één keer engageer, is het hiervoor.’

In de petitie wordt ook gepleit voor taaleenheid tussen Nederland en Vlaanderen. Moeten Vlamingen weer, zoals vroeger werd geordonneerd, Nederlands proberen te spreken zoals de Nederlanders?

‘Hier moet ik je toch even tegenspreken. Het is niet geordonneerd.  Aansluiten bij het Nederlands in Nederland is een bewuste keuze geweest van zelfbewuste Vlamingen, al in 1841. En het is genuanceerder. Wij bevestigen die keuze, die overigens  in het belang  is – ook economisch – van het hele taalgebied. Maar natuurlijk zijn er verschillen zoals in elke cultuurtaal.’

‘Laten we het hebben over woordenschat. Natuurlijk zijn er woorden die in Nederland onbekend zijn en die toch behoren tot de standaardtaal in Vlaanderen. Het gaat dan om woorden die in Vlaanderen algemeen gebruikt en aanvaard worden. Zo staat het in de basistekst van onze actiegroep. ‘

Wat hopen de actievoerders te bereiken met hun petitie? Wanneer is de actie geslaagd?

‘Ze is nu al geslaagd. Duizenden mensen uit Vlaanderen en almaar meer uit  Nederland, opvallend veel uit onderwijskringen, hebben een zucht geslaakt: "Eindelijk!" Dat is een eerste stap in een attitudeverandering. De volgende stap is dat het onderwijs opnieuw durft te zeggen wat taalnormen zijn en dat men er opnieuw meer aan taalzorg durft te doen. Leg mij eens uit waarom de leraren Nederlands niet zouden kunnen spreken over regels als hun collega’s die Frans, Engels of Duits doceren, dat wel mogen doen? Als de leraar dat vandaag durft te doen, zullen de leerlingen hem later dankbaar zijn.’

Wie is Stijn Verrept?

Professor dr. Stijn Verrept (°1937, Gent) doceerde Zakelijke Taalbeheersing aan de Faculteit Toegepaste Economische Wetenschappen van de Universiteit Antwerpen en de Commercieel Technische Opleiding van de Technische Universiteit Eindhoven. Hij schreef boeken over taalbeheersing en verzorgde een taalrubriek op de VRT-radio. Hij is oprichter van de Vlaamse Vereniging voor Zakelijke Communicatie (VVZC) en stichtte een prijs voor de beste verkoopbrief, de Gouden Veer