Editie oktober 2015

Rubriek: 
Auteur: 
Jan Willem Bloemen

'Waarom is het Nederlands zo moeilijk?'

Leiden is in last. De binnenstad maakt zich op voor het 3-oktoberfeest, waarmee het ontzet van de sleutelstad in 1574 uitbundig wordt herdacht. Leerlingen van de Internationale Schakelklas* van het Davinci College hebben weinig met die geschiedenis, laat staan met de traditionele hutspot, haring en wittebrood. Hun blik is op de toekomst gericht, voor velen is de oorlog trouwens ook bepaald geen ver verleden.

Maar meefeesten, dat doen ze zeker, lacht docent NT2 Charlotte Berghuijs. Ze loopt door de gangen van de moderne school en spreekt een groep stoeiende Syrische jongens aan. ‘Grapje, grapje mevrouw’, antwoorden ze haar. Zulke grapjes zijn voor thuis, probeert ze uit te leggen, terwijl ze voor het vrije keuzeuur kickbokslessen bedenkt, zodat deze jongens hun energie kwijt kunnen. Rechts staan de Syrische meisjes, met serieuze blikken, hun smartphones bestuderend om de laatste nieuwtjes uit te wisselen. Een groepje Poolse leerlingen vraagt aan Charlotte of de gymdocent ziek is. ‘Staat dat niet in Magister?’ ‘Nee’, antwoordt één van hen. ‘De les staat er nog gewoon op, maar we hebben het gehoord.’ Charlotte benadrukt dat de lessen waarschijnlijk gewoon doorgaan. Als de leerlingen weglopen, is hun gevloek met veel Poolse ‘kurva’ te horen.

‘Bij de Poolse kinderen spelen veel problemen doordat hun ouders vaak lange werkdagen maken. Bovendien willen zij na een paar jaar toch weer terugkeren naar Polen. De motivatie van kinderen om dan Nederlands te leren, is dan ook niet bij alle Poolse leerlingen even groot’, vertelt Charlotte. ‘Terwijl dat iets is wat bij de gemiddelde ISK-leerling juist wel heel sterk aanwezig is. Veel leerlingen komen uit oorlogsgebied en hebben geen of slecht onderwijs gehad. Daardoor beseffen zij het belang van goed onderwijs heel sterk en de kansen die dat biedt.’

'In mijn land kon ik naar de universiteit'

 

Zo sterk zelfs dat Charlotte en haar collega’s verwachtingen van ouders moeten bijstellen: ‘Vanaf de intake proberen wij ouders en leerlingen al te betrekken bij het uitstroomniveau en het beroepsperspectief. Een meisje dat arts wil worden maar op MBO-niveau 1 als ‘Helpende zorg’ terecht komt in een verpleeghuis en daar billen gaat wassen, is wel even anders dan dokter in het ziekenhuis. Ook leerlingen worstelen daarmee. ‘Juf, in mijn land kon ik naar de universiteit!’ Maar hier lopen ze naast de taalachterstand ook tegen het veel hogere opleidingsniveau aan. 

Bovendien hebben ze soms ook te maken met de strenge regels van het asielbeleid. Leerlingen die uitgeprocedeerd zijn en 18 jaar zijn geworden, moeten in het uitzetcentrum afwachten wanneer ze teruggestuurd worden. Werken, cursussen volgen en studeren zit er voor hen niet meer in. Daar zit je dan met al je motivatie, je behaalde staatsexamen en je kennis over de Nederlandse taal. Perspectief bieden is mooi, maar alleen als het er ook echt is.’

Onder moeilijke omstandigheden het beste uit jezelf halen

 

Charlotte Berghuijs praat met passie over haar leerlingen: ‘Lesgeven geeft veel voldoening. Je bent als docent letterlijk een schakel in het leven van deze bijzondere kinderen, die vaak al heel veel hebben meegemaakt en ondanks moeilijke omstandigheden proberen het beste uit zichzelf te halen. Ik bewonder dat enorm. Mijn mentorklas is de uitstroomklas naar MBO-niveau 2. Deze groep werkt van niveau A2 naar niveau B1 en neemt deel aan het staatsexamen programma I, zodat zij zonder VMBO-diploma toch op een MBO-opleiding aangenomen kunnen worden.

Waarom Nederlands zo moeilijk is, verzuchten zij wel eens. Engels is volgens hen veel gemakkelijker. Als ik dat hoor, weet ik dat ze goed bezig zijn de abstractere diepere lagen van de Nederlandse taal te ontdekken.’

‘Maar toch’, besluit de docent met spijt in haar stem, ‘is doorstuderen helaas nog niet voor alle leerlingen op de ISK mogelijk. Dat is de droom van velen om hier een stabiele toekomst en een nieuw leven te kunnen opbouwen.’

ISK*

ISK staat voor Internationale Schakelklassen, een bijzondere school waar leerlingen tussen de 11 en 19 jaar een zeer intensief Nt2-programma krijgen met als doel ze zo snel mogelijk door te laten stromen naar het regulier onderwijs. De leerlingen krijgen Nederlands, rekenen, wiskunde, Engels en andere creatieve en vormende vakken. De ISK van het Davinci College in Leiden telt rond de tweehonderd leerlingen en er werken 26 man.