Editie november 2017

 

Japke-d Bouma analyseert op het Onze Taalcongres kantoorclichés.
Rubriek: 
Foto: 
Eelkje Colmjon

Ga lekker zélf in je kracht staan, tien kantoorclichés

Japke-d Bouma analyseert op het Onze Taalcongres kantoorclichés.

Japke-d. Bouma schrijft voor nrc.next en NRC Handelsblad columns over kantoorclichés. Ze heeft daar een scherp oog voor, brengt dat humoristisch onder woorden en laat vooral ook zien hoe het wél kan. 

Na haar eerdere publicaties Survivalgids voor de kantoorjungle en Uitrollen is het nieuwe doorpakken verscheen onlangs Ga lekker zélf in je kracht staan. Ze houdt op haar eigen wijze de lezers een spiegel voor. Een must have, zou je bijna zeggen.

De redactie van Taalunie:Bericht selecteerde tien clichés die ook wij te vaak in onze omgeving horen, misschien ook wel zelf gebruiken, maar na het lezen van dit boekje nooit meer zonder schaamrood op de kaken zullen uitspreken. Japke-d. Bouma licht toe waarom.

1. Brainstormen

Iedereen weet dat brainstorms niet werken.  Ja, ze zijn ideaal voor mensen die graag ergens doorheen roepen, maar verder wordt niemand er beter van. Denk je dat Johan Cruijff brainstormde. Of Jezus? De beste ideeën bedenken we in ons eentje. Stop met brainstormen en ga bitterballen bakken, bestel een paar kratten bier en wat kistjes wijn en noem het een vrijdagmiddagborrel.

2. Centraal staan

Waarom moet het gezegd worden? Ligt het niet heel erg voor de hand dat je, als je een school bent, de leerling centraal hebt staan? Of dat als je in de politiek zit, de burger? Het is een beetje als de groenteboer die zegt dat hij groente centraal heeft staan, of de slager die dat zegt over zijn vlees. Dan ga je je toch afvragen of dat vroeger niet zo was. En wat er dan anders centraal zou moeten staan. De Maserati van de directeur? De golfbaan van de commissaris? De kroketten in de kantine?

3. Content

Zelf was ik altijd heel content met het woord ‘inhoud’, maar dat hoor je zelden meer. In plaats daarvan word je doodgegooid met ‘content’. Nu kan het natuurlijk aan mij liggen, maar ik vind dat we het een stuk minder over inhoud hebben sinds alles ‘content’ heet en dat we er een stuk meer onzin bij hebben gekregen.

4. De neuzen dezelfde kant op

Hij wordt zo vaak gebruikt dat je je afvraagt of een dergelijke medische ingreep niet in het basispakket van een zorgverzekeraar zou moeten zitten. Zet je neus lekker de kant op die jij wilt, steek hem in andermans zaken, snuit hem, trek hem op of steek hem desnoods in de lucht, het maakt niet uit. Als je werk maar goed en op tijd af komt.

5. Dicht bij jezelf blijven

Dicht bij jezelf blijven helpt alleen als je een prettig, succesvol en aardig persoon bent. Voor al die andere mensen: werk hard, wees beleefd en probeer jezelf te verbeteren. Vaak moet je om succesvol te worden juist niet dicht bij jezelf blijven, maar boven jezelf uitstijgen.

6. Draagvlak

Je zou willen dat er eens iemand langskwam met verstand van zaken om het benodigde draagvlak te berekenen, zes vierkante meter draagvlak, ik noem maar wat, met zo’n waterpas. Laatst hoorde ik een manager in de stiltecoupé tetteren dat hij ‘om van alle stakeholders draagvlak te krijgen’ al ‘vanaf het begin van een transitie iedereen moest laten participeren voor een succesvol verandertraject’.

7. Engels op kantoor

Kloeke kantoorwoorden waar niks mis mee is, zijn helemaal verdwenen. Neem een woord als ‘vergadering’. Of ‘overleg’. In plaats daarvan hebben mensen ‘meetings’, willen ze even ‘sparren’, ‘je in de loop houden’ (spreek uit ‘loep’), ‘je brains picken’ of met je ‘levellen’. Als ze alleen jou willen spreken, heet dat trouwens een bila; als er nóg iemand bij komt, heet het geen trio maar een trila. Kritiek is feedback geworden, de kantine kan ‘in-company foodcourt’ heten, het bureau opruimen is ‘clean desk policy’ en een vraag stellen kan zomaar ‘een ask neerleggen’ zijn.

8. Luister naar de werkvloer

Dus daar liggen ze dan, al die managers, met hun oor plat op de grond van de werkvloer. Je hoort van alles, behalve de dingen die je zou moeten horen. Want dat is natuurlijk het kernprobleem van luisteren naar de werkvloer: de dingen die je niet hoort, zijn vaak veel interessanter dan de dingen die je wel hoort. Luister liever eens naar wat de mensen te zeggen hebben dan naar het gekakel op de werkvloer.

9. Papadag

Net zoals je niet een beetje zwanger kunt zijn, kun je ook niet een béétje papa zijn. Je bent altijd papa. Ook als je op je werk zit. Ik vind het ook gewoon te zielig voor de kinderen, papadag. Dan zie ik betraande kindergezichtjes voor me die vertwijfeld naar hun pappie opkijken als hij tegen ze zegt: ‘Vandaag is papa geen papa, jongens. Dat was gisteren.' Sowieso dat hele onderscheid tussen werken en zorgen, dat is toch zo 1954, mensen.

10. Transparantie

Dat is wat transparant betekent: doorzichtig. Je kijkt er dwars doorheen. Alle transparantie kan weg. Proberen eerlijker te zijn en duidelijker, dát helpt. En je best doen elkaar te helpen. Maar transparantie kun je tot de ramen beperken. Als het je tenminste lukt om die streeploos te krijgen. Iets wat transparant is, wordt vaak snel weer vuil.

Meer informatie over Ga lekker zélf in je kracht staan  en leesfragment op de website van uitgever Thomas Rap,  ISBN 978 90 004 06940.