Editie januari 2015

Rubriek: 
Auteur: 
Pieter van Maele

Nederlands als tweede taal in Suriname

Het mag dan een erfenis zijn uit het koloniale verleden, het Nederlands is nog steeds de enige officiële taal van Suriname. De overgrote meerderheid van de vele nieuwe migranten uit China en Brazilië in het Zuid-Amerikaanse land spreken de taal echter niet. “Ik heb geprobeerd mijn ouders Nederlands te leren, zodat ze kunnen deelnemen aan de ouderavonden van mijn school.”

Grote, doorzichtige bokalen met rijstwijn en ginsengwortels, een menukaart waarop noedels, dumplings, tofoe en gestold varkensbloed staan en grote televisieschermen die aan de lopende band Chinese soapseries en nieuwsshows vertonen. Weinig aan het restaurant 'Squeezy', in het noorden van Paramaribo, doet vermoeden dat het in Suriname staat. De zaak lijkt rechtstreeks weggeplukt uit een Chinese provinciestad. Geen enkele kelner spreekt een woord Nederlands. Erg lijkt niemand dat te vinden, de overgrote meerderheid van de klanten komt uit China.

Sinds het einde van de jaren negentig van de vorige eeuw hebben zich naar schatting enkele tienduizenden Chinezen in Suriname gevestigd. Officiële cijfers zijn er niet. De meesten kwamen er terecht in de detailhandel (supermarkten, kapperszaken en restaurants) of in de constructiesector (woningbouw en asfalteringswerken). Door de jaren heen richtten ze hun eigen sportclubs, kroegen en culturele verenigingen op. Van integratie is daardoor amper sprake, ook al wegens gebrek aan overheidsbeleid dat immigranten in Suriname dwingt tot inburgeren.

'Ik heb geprobeerd het mijn ouders te leren, want ik wil heel graag dat zij ook Nederlands spreken.' 

Stotteren

Toch staat langzaamaan een nieuwe generatie Surinaamse Chinezen op die volledig integreert in de lokale samenleving en dus ook Nederlands spreekt. Het zijn de kinderen van deze immigranten. Ze zijn geboren in Paramaribo, gaan naar Nederlandstalige scholen en hebben Surinaamse vrienden. Shelley Wong (18) is er één van. “Mijn ouders komen uit de Chinese provincie Guangdong, in het zuiden van het land. Zo'n twintig jaar geleden zijn ze naar Suriname verhuisd, samen met een aantal familieleden. Ze kenden elkaar toen nog niet; pas hier in Paramaribo hebben ze elkaar ontmoet”, vertelt Wong.

Thuis wordt alleen Kantonees gesproken en voornamelijk naar Chinese televisie-uitzendingen gekeken. “Na al die jaren in Suriname spreken mijn ouders nog steeds geen Nederlands. Ze hebben het wel geprobeerd, maar vonden het echt te moeilijk om onder de knie te krijgen. Ik heb daardoor pas op de basisschool echt Nederlands leren spreken, wat niet altijd makkelijk is geweest. Nog steeds heb ik er soms moeite mee, zeker sinds mijn zus twee jaar geleden naar Rotterdam verhuisde om er aan de universiteit te studeren. Met haar sprak ik thuis nog wel Nederlands, nu kan ik veel minder oefenen. Heb ik het te lang niet gesproken, dan merk ik dat ik anderen minder goed begrijp. Ik vergeet dan zelfs bepaalde woorden en stotter een beetje wanneer ik snel wil spreken, al vinden mijn vrienden dat wel grappig.”

Wong vindt het jammer dat het haar ouders nooit is gelukt Nederlands te leren. “Ik heb geprobeerd het hun te leren, want ik wil heel graag dat zij ook Nederlands spreken. Op school zijn er vaak ouderavonden of gesprekken met de leerkrachten. Die zijn natuurlijk in het Nederlands. Mijn ouders kunnen daaraan dan niet deelnemen. Ik moet hen ook altijd helpen als ze bijvoorbeeld een Nederlandstalig sms'je krijgen. Omgekeerd is het lastig als ik een schrijfopdracht krijg op school, en hen om hulp wil vragen.”

'We moesten zo snel mogelijk Nederlands leren, anders zouden we in Suriname nooit een goede baan kunnen vinden'

Pak slaag

Naast de Chinese gemeenschap heeft Suriname een grote groep Braziliaanse inwoners. Volgens sommige schattingen zijn zij al met vijftigduizend, of tien procent van de bevolking. De meesten komen uit het armere noordoosten van Brazilië en belanden in het uitgestrekte binnenland van Suriname, waar volop aan illegale goudwinning wordt gedaan. Vaak zijn ze vele maanden achtereen in de jungle, om daarna met de opbrengsten snel huiswaarts te keren. Nederlands leren schiet er op die manier bij in.

André Carneiro (36) is een uitzondering. Toen hij tien was trouwde zijn moeder met een Surinamer, waarna het gezin van miljoenenstad Belém naar het rustige Paramaribo verhuisde. “Nu mogen er veel Brazilianen in Suriname zijn, toen waren we één van de allereerste Braziliaanse families hier”, beweert Carneiro. Hij had nog nooit van Suriname gehoord toen hij er als kind terechtkwam, laat staan dat hij Nederlands begreep. “Mijn stiefvader vond het niet goed dat we alleen Portugees spraken. Hij wilde dat mijn zus en ik zo snel mogelijk Nederlands gingen leren, anders zouden we in Suriname nooit een goede baan kunnen vinden. Een jaar lang heb ik privéles Nederlands van hem gekregen. Hij gebruikte daarvoor de oude schoolboeken van mijn Surinaamse stiefbroer, en was erg streng. Soms was ik een beetje lui, dan kreeg ik een geweldig pak slaag. (lacht) Hij hield er wel een bijzondere lesmethode op na. Eerst mocht ik de Nederlandse woorden nog uitspreken met een dik Portugees accent, als ik de betekenis maar wist. Later leerde hij me ook de correcte uitspraak.”

'In het begin schrok ik van die harde g van Nederlanders.'

Harde g

De methode werkt, want al na een jaar kan Carneiro aansluiten in het gewone Nederlandstalige basisonderwijs. Trots: “ik ben op mijn elfde begonnen in de eerste klas van de lagere school en heb alles afgemaakt. Ik ben daarna nog doorgegaan naar de technische opleiding. Hier heb ik het schrijven van Nederlands wel wat verwaarloosd. Het gaat nog altijd veel minder vlot dan praten en lezen. Daarnaast had ik jarenlang enorm veel moeite met het woord 'zeven'. Hoe het komt weet ik niet, maar ik kreeg het maar niet uitgesproken.”

Zowel Wong als Carneiro zijn ervan overtuigd dat je het in Suriname moeilijk kunt redden als je geen Nederlands spreekt, zelfs al is Suriname het enige Nederlandstalige land van Zuid-Amerika. Wong: “Eigenlijk sta ik er nooit bij stil dat bijna alle landen in onze regio Spaanstalig zijn en dat het dus misschien vreemd is dat wij hier Nederlands spreken. Suriname is gewoon Nederlandstalig, punt.”

En al is het hun tweede taal, de verschillen in het taalgebruik van Surinamers, Nederlanders en Vlamingen vallen ook hen wel degelijk op. “Ik weet meteen of ik een Belg of een Nederlander voor me heb”, knikt Carneiro, die in het uitgaanscentrum van Paramaribo werkt als ober. “Ik begrijp ze allemaal, maar bij de Belgen lijkt het wel alsof ze zingen in plaats van praten. En in het begin schrok ik van die harde g van Nederlanders.”