Editie november 2015

Rubriek: 
Auteur: 
Inge Schelstraete

Sinterklaasgedichten voor Vlamingen verklaard

Dat Nederlanders gedichten schrijven ter gelegenheid van Sinterklaas, kwam ik pas te weten toen ik Hollandse collega's, op bezoek in Brussel, zag zoeken naar een woord dat rijmt op 'Vespa'. Hoog tijd om Vlamingen kennis te laten maken met de wondere wereld van het sinterklaasgedicht.

  • Sinterklaasgedicht als aanzoek

'Vroeger werden er bij jaardagen, jubilea en speciale gelegenheden gedichten geschreven', vertelt sinterklaaskenner Frits Booy. 'Eind negentiende eeuw begonnen volwassenen het sinterklaasfeest te vieren. Voor de jongvolwassenen was dat een mooie gelegenheid om een cadeautje te sturen naar de persoon waar ze een oogje op hadden, met een speciaal geschreven gedicht.'

Ook het oudste bekende sinterklaasgedicht, uit 1647, is een elegant verpakt aanzoek. 'In dat gedicht biedt de schrijver zichzelf aan als cadeau', legt Klaas Rigterink uit in het boek De Rijmpiet dichtte zich te pletter / bij deze chocoladeletter. 'Hij drukt de wens uit dat hij zijn schoen bij haar mag zetten.'

  • Populair bij jong en oud

'Het is een gewoonte die niets aan populariteit verliest', zegt Rigterink. 'Bij een cadeautje hoort een gedicht', verzekert ook Booy. Je moet er wel werk van maken, vinden de Hollanders. 'Liefst iets dat wat persoonlijker en origineler is dan: Sint zat te denken / wat hij jou zou schenken / het zit in dit pak / pak maar uit op je gemak.

  • Oefening baart kunst

In de jaren vijftig en zestig zaten in winkels als de Bijenkorf sneldichters, die gratis een gedicht schreven bij een cadeautje. Booy heeft dat in de jaren negentig ook wel eens gedaan. 'De schenkers zeggen voor wie het cadeau bestemd is en wat er in het pak zit. Ook moet je iets persoonlijks weten: is die persoon krenterig, of modieus? Snoept hij of zij veel? Heeft hij ooit de auto genomen om op de hoek een krant te kopen? Daar ging ik mee aan de slag. Het lukte niet altijd meteen, maar met lijstjes van goede rijmwoorden kom je al een heel eind.' De meeste mensen volgen een vrij eenvoudig aa-bb-cc-rijmschema, maar er zijn heel ingenieuze gedichten die om de regel rijmen en wel vierentwintig verzen doorgaan.' Het gebruik is zo oer-Hollands dat ook bekende pennen wel eens een sinterklaasgedicht hebben gemaakt. In Mijn knecht die staat te lachen / en huppelt op en neer / O nee, dat doet mijn paard, enfin, het hoeft voor mij niet meer herkent u vast de stijl van Drs. P.

  • Jennen mag, of eigenlijk: moet

Sinterklaasgedichten bieden een goede gelegenheid om een collega of huisgenoot te plagen. 'Vaak zit er een moraal in', vertelt Booy. 'Dat is echt Nederlands natuurlijk, dat je meteen een beetje wordt opgevoed.' Rigterink volgde in 2013 een onderzoek op dat de schrijver en socioloog Herman Vuijsje in 1984 uitvoerde. 'Ruim vijftig procent van alle gedichten die Vuijsje toegezonden kreeg, bevatte enige kritiek, terwijl dat in die van mij op iets meer dan achttien procent ligt. Het onderzoek is misschien niet helemaal op dezelfde manier gebeurd, maar ik denk toch dat we het liever gezellig houden op sinterklaasavond. 

  • Wie het gedicht schrijft, blijft 'geheim'

Je tekent met 'Sinterklaas', 'Sint en Piet', of 'Vulpenpiet',  'Rijmpiet', enzovoort. Frits Booy tikte als kind de gedichten op een tikmachine, zodat zijn vader zijn handschrift niet zou herkennen. Het verklaart ook de populariteit van de St. Nicolaaskaarten die in 1898 werden uitgegeven: honderd mooi geïllustreerde kaarten op briefkaartformaat, met gedichten van twee tot acht regels en voor elk cadeau.

  • Moeten de Vlamingen nu ook gaan dichten op sinterklaasavond?

'Je kunt een traditie natuurlijk niet opleggen', geeft Booy toe, 'maar het is erg leuk om te doen. Je bent creatief met taal bezig, het maakt je pakje interessanter en het zorgt voor gesprekstof achteraf.' Zullen de Vlamingen de Nederlandse traditie van sinterklaasgedichten ooit overnemen?

O ja, wat betreft die 'Vespa'; die hebben mijn voormalige collega's laten rijmen op 'Etna'. Het was tenslotte een cadeautje voor de Italiëfreak van het kantoor. Met de regel 'Is dit nou assonantie, of pure ignorantie?' waren ze zelfs de kritiek voor dat het niet écht rijmde.

 

Inge Schelstraete schrijft voor de Vlaamse krant De Standaard over muziek en popcultuur.