Editie juli 2016

 

Rubriek: 
Auteur: 
Maarten Dessing

Veni Vidi en niet Foetsie

 

Nog lang nadat niemand meer Latijn sprak, bleef het de belangrijkste taal van Europa. Het Latijn heeft dan ook Europa gevormd, aldus Jan Bloemendal die daarover een boek schreef. Tot op de dag van vandaag is de dode taal levend gebleven.

Is de brexit een kans voor Latijn? Zonder Groot-Brittannië kan Engels moeilijk de gemeenschappelijke taal van de Europese unie blijven. 'Ach nee, dat meen ik niet', zegt de latinist Jan Bloemendal er meteen achteraan. 'Het Engels zal leidend blijven. Te veel mensen spreken het als moedertaal. Het Engels laat ook een redelijke variatie aan taalgebruik toe. En Latijn wordt al snel als elitair gezien.'

Tweede taal voor iedereen

De dominante positie die de taal van de Romeinen tot 1750 had, waarover Bloemendal onlangs Latijn. Cultuurgeschiedenis van een wereldtaal publiceerde, zal nooit meer terugkeren. 'Toch is het raar dat Latijn zo'n imago heeft. Al vanaf de Middeleeuwen was het voor iedereen een tweede taal. Iedereen kon het leren. De enige voorwaarde was scholing. Ook daar had iedereen redelijk toegang toe. Handwerklieden konden een kind naar een klooster- of kapittelschool sturen om geestelijke te worden.'

Of ik een passende Latijnse naam weet voor een restaurant.

Maar hij is niet pessimistisch over de toekomst van Latijn. 'De belangstelling voor geschiedenis en dus ook de oudheid neemt toe. Er zijn pleidooien om de taal meer op school aan te bieden. En vaak zoeken bedrijven een Latijnse naam.vervoermaatschappij Syntus, energieleverancier Essent. Zulke namen hebben cachet én roepen nooit controverse op. Ik word daar ook voor geraadpleegd. Of ik een passende Latijnse naam weet voor een restaurant.'

Overheersend

De Romeinen waren tolerant voor de veroverde volken, schrijft Bloemendal in zijn boek, maar wie handel dreef of een bestuurlijke carrière ambieerde, was genoodzaakt Latijn te leren. Zo werd de taal overheersend in Europa. Later nam de katholieke kerk het Latijn over, waardoor het ook na de val van Rome in 476 belangrijk bleef. Het is nog maar vijftig jaar geleden dat de mis in het Latijn werd afgeschaft.

'Het christendom was aanvankelijk een Griekstalige religie', vertelt de onderzoeker van het Huygens Instituut. 'Dankzij Augustinus stapte men in het Westen over op de taal die iedereen sprak. Naar het schijnt had hij een hekel aan het Grieks, maar waarom hij dat had, weten we niet. Hij beheerste het wel. Misschien komt het omdat hij op latere leeftijd Grieks leerde en er daarom meer moeite voor moest doen.'

Ook toen het geschreven Latijn van Cicero – nog altijd dé norm voor Latijn – niet meer leek op de gesproken talen, bleef de taal belangrijk. Intellectuelen in heel Europa konden in het Latijn met elkaar communiceren. Bloemendal geeft als voorbeeld het baanbrekende boek van Galileo Galilei: het was in het Italiaans geschreven maar werd onmiddellijk in het Latijn vertaald om zijn theorieën te kunnen verspreiden.

In eigen taal dichten

Pas in de achttiende eeuw verloor Latijn het van de volkstalen. 'Humanisten die Latijn schreven, begonnen soms in de eigen taal te dichten. Puur uit intellectuele nieuwsgierigheid. Maar zo nam de status van de volkstalen toe. Daarop gingen wetenschappers hun werk in de eigen taal publiceren. Dat kwam door societies als de British Academy die vonden dat ook hun taal belangrijk was. Dan was de verspreiding maar beperkter.'

Veel moeite

Het gebruik van Latijn had bovendien ook nadelen. Het was weliswaar een precieze taal dankzij de naamvallen, rijke woordenschat en kernachtige formuleringen – en dus geschikt voor wetenschap. Maar omdat het voor niemand een moedertaal was, kostte het veel moeite om het écht te kunnen gebruiken. 'Vergelijk het met Engels nu. We denken dat we een aardig mondje Engels brabbelen, maar probeer maar eens een roman in het Engels te schrijven. Die tekst zal door native speakers grondig moeten worden gereviseerd.'

Kleuring en gevoelswaarde

Volgens Bloemendal heeft de dominantie van Latijn grote gevolgen gehad. De taal heeft Europa gevormd, is de stelling van zijn boek. 'Elke taal heeft zijn eigen kleuring aan woorden', legt hij uit. 'Zijn eigen gevoelswaarde. Als bijvoorbeeld het Grieks de taal van het Romeinse Rijk was geworden – ze hadden immers grote eerbied voor het Grieks en leerden die taal ook – waren de kernwaarden van Europa anders geweest.'

Elke taal heeft zijn eigen kleuring aan woorden, zijn eigen gevoelswaarde.

Deze kernwaarden zijn volgens Bloemendal humanitas (menselijkheid) en caritas (naastenliefde). Het eerste hebben we te danken aan de Romeinen, het tweede aan het christendom. 'Kijk naar de verklaring van de universele rechten van de rechten van de mens. Daar staat niet: alle mensen zijn broeders en zusters. Nee, ieder mens wordt aangesproken op zijn mens-zijn. De verklaring is doordrenkt van humanitas.'

Dus al blijft het Engels ook na de brexit dominant, onbewust staan we nog allemaal onder invloed van Latijn.

Het boek Latijn. Cultuurgeschiedenis van een wereldtaal is verschenen bij Singel Uitgeverijen / Atheneum. Lees hier over de bestelmogelijkheden.