Editie december 2017

 

Rubriek: 
Auteur: 
Wouter van Wingerden

Erg, erger, ergst: waarom roept taal emotie op?

Aan het einde van elk jaar wemelt het van de woordverkiezingen in ons taalgebied en daarbuiten. Een taalverkiezing die opvallend veel emoties oproept, is ‘Weg met dat woord’. Waarom reageren mensen zo sterk op woorden die ze maar niks vinden?

Tal van talen kennen een woord-van-het-jaarverkiezing. In het Nederlands wonnen de laatste jaren woorden als brexit, selfie, treitervlogger en flitsmarathon – niet echt termen waar je warm of koud van wordt. Maar zelfs verkozen ‘mooiste’ woorden als liefde en goesting, of grappige als oelewapper, verhitten de gemoederen niet wezenlijk. Ze vallen eventjes op als ze tot winnaar uitgeroepen worden, maar in het dagelijks leven worden we er niet emotioneel van.

Anders is dat met bijvoorbeeld kids, oudjes, me moeder en diervriendelijk vlees. Dat zijn de ‘verliezers’ van de verkiezing ‘Weg met dat woord’ van de afgelopen vier jaar. Die verkiezing van het Instituut voor de Nederlandse Taal is sinds het begin een groot succes en trekt behalve een groot aantal deelnemers ook erg veel aandacht in de media.

Irritatie is een sterke drijfveer voor mensen om zich over taal te uiten

Te pas en te onpas

‘Irritant’ of kortweg ‘brrr’ is de meest genoemde reden om een woord weg te stemmen, meldt Vivien Waszink van het IvdNT. Ook de formulering ‘te pas en te onpas’ komt vaak voorbij; blijkbaar worden woorden erger naarmate er meer mee gestrooid wordt.

‘Het zijn niet per se lelijke woorden die hoog scoren’, zegt Raymond Noë van het Genootschap Onze Taal. ‘Het is vooral hoe vaak ze voorkomen of wat ze betekenen; dat roept de meeste irritatie op.’ En irritatie is een sterke drijfveer voor mensen om zich over taal te uiten. Niet voor niets is ‘Taalergernissen’ een vaste rubriek in het tijdschrift Onze Taal. ‘Ook in andere ingezonden stukken speelt emotie vaak een rol’, volgens Noë.

Ongelijksoortig

Wat opvalt, is dat er een paar duidelijk verschillende categorieën zijn waartoe de kanshebbers van ‘Weg met dat woord’ behoren. Engelse en vage modieuze termen zoals kids, agile en in je kracht zetten roepen om heel andere redenen weerstand op dan vormen van ‘taalverloedering’ als me moeder en hun hebben. En super, absoluut en andere stopwoorden zijn onvergelijkbaar met woorden die niet om hun vorm maar om hun betekenis genomineerd worden, zoals diervriendelijk vlees en genderneutraal.

In die laatste gevallen gaat het om kwesties die mensen persoonlijk raken, bijvoorbeeld omdat ze zich druk maken om dierenwelzijn of omdat ze genoeg hebben van de discussie over genderneutraliteit. Dat mensen zulke termen willen wegstemmen, getuigt van hun betrokkenheid of opvattingen. Maar ook de meer talige inzendingen zijn vaak heel persoonlijk gemotiveerd. Dat illustreert dat taal sterk verbonden is met identiteit.

Zuivering

Ruud Hendrickx, taaladviseur van de VRT en hoofdredacteur van de Dikke Van Dale, bespeurt in Vlaanderen (en vooral rond Brussel) nog een extra motivatie voor taalergernis, namelijk verdedigen waar lange tijd voor gestreden is: de emancipatie van het Nederlands en vervolgens de ‘zuivering’ ervan van streektalige en Franse elementen.

Dat leidt soms tot uitwassen, zoals intolerantie voor alles wat niet binnen dat verworven Standaardnederlands past. ‘Iemand die zichzelf taalliefhebber noemt, houdt niet van taal’, durft Hendrickx zelfs te stellen. Dat komt voort uit de overtuiging dat de enige ware taal de standaardtaal is en dat alles wat daarbuiten valt, of wat eraan dreigt te veranderen, niet deugt.

Taal raakt aan de identiteit van mensen

Identiteit

Het laat zien dat taal raakt aan de identiteit van mensen. Wel verschilt het effect daarvan per generatie. De strijd tegen taalverandering en buitenlandse invloed komt vooral van oudere generaties. Jongeren in België zetten zich juist af tegen de voor hen kunstmatige standaardtaal, zegt Dirk Caluwé van de Taaltelefoon. En in het hele taalgebied zetten jonge mensen nieuwe woorden in om hun eigen identiteit kracht bij te zetten.

Helen de Hoop, hoogleraar theoretische taalwetenschap, heeft onlangs onderzoek gedaan naar woorden als facking en vet.* Jongeren gebruiken ze heel veel, terwijl ze buiten die groep juist weerstand oproepen. Zolang dat zo is, ervaren jongeren die woorden als krachtig. Daarmee fungeren zulke woorden als sterke identificatiemiddelen. Aan bepaalde taalvormen kleeft dus een vorm van discriminatie, zegt De Hoop: de ene groep onderscheidt zich ermee, de andere ergert zich vervolgens juist aan het woord én aan wie het bezigt.

Je ergeren aan taal kan zelfs leuk zijn

Negatief

Rest de vraag waarom lelijke woorden veel sterkere triggers zijn dan mooie. Daarvoor kunnen we terecht bij een andere tak van wetenschap. Hoogleraar sociale psychologie Roos Vonk legt uit: ‘Onze levensinstelling is standaard gematigd positief. Iets wat negatief is, wijkt daardoor vanzelf meer af van de standaard en valt dus eerder op. Daar komt nog bij dat we evolutionair sterk reageren op alles wat negatief is: dat kan gevaarlijk zijn. Onze afkeer van lelijke taal is dus aangeboren.’

Ergernis is een lichte vorm van woede, wat als universele emotie geldt. Toch is taalergernis relatief mild en onschuldig; veel andere soorten ergernis hebben een grotere impact op ons leven, vertelt Vonk, zoals een collega die vies eet of constant belt. ‘Je ergeren aan taal kan zelfs leuk zijn.’

De ‘verliezers’ van de verkiezing Weg met dat woord worden op 7 december bekendgemaakt.

*Maaike ten Buuren e.a. ‘Facking nice! Een onderzoek naar de intensiteit van intensiveerders’. Te verschijnen in Nederlandse Taalkunde.

Jaarlijkse woordverkiezingen op een rij:

- Het Instituut voor de Nederlandse Taal: Weg met dat woord!
- Van Dale: Woord van het Jaar 2017! in Nederland en Vlaanderen
- Genootschap Onze Taal: Woord van het jaar 2017
- Overzicht eerdere woorden van het jaar (artikel Taalunie:Bericht december 2016)