Editie september 2017

 

'Zeer gevarieerd, toegankelijk en gewoon leuk om te lezen'
Rubriek: 
Auteur: 
Jan Willem Bloemen

Taalregels: ‘Halve waarheden en hele leugens’

'Zeer gevarieerd, toegankelijk en gewoon leuk om te lezen'

Je beseft je niet dat een aantal hele mooie gebouwen overnieuw geschilderd moeten worden, en dat kost duur.

Uw taalgevoel komt in opstand, vermoedelijk. Het is immers zich realiseren of beseffen, heel mooie, want natuurlijk zijn het geen halve gebouwen, een aantal is enkelvoud, beter is de volgorde moeten worden geschilderd, voor en hoort geen komma, het moet zijn over of opnieuw en iets is duur of kost veel. Zo hebben we het immers geleerd.

82% van de zestigplussers vindt 'hij wilt' echt fout en bij de dertigminners is dat nog maar 42%.

En daar wringt de schoen, vindt Wouter van Wingerden. Aan die ‘halve waarheden en hele leugens over het Nederlands’ wilde hij iets doen. Schoolmeestersregels bestrijden, noemt hij zijn missie. ‘Mensen twijfelen over iets wat ze van nature op een bepaalde manier doen, maar waarvan anderen zeggen ‘hé, dat is niet goed, aantal is enkelvoud, er hoort geen komma voor en en je kunt een zin niet met en beginnen. Taalkundig is dat onterecht, daar kan ik me over opwinden. Je verpest er natuurlijk taalgebruik mee’, verklaarde hij in De Taalstaat bij Frits Spits.

Zijn kruistocht leidde tot een alleraardigst boekje: Maar zo heb ik het geleerd, de waarheid achter 50 taalkwesties. Van Wingerden onderzocht de normen die sprekers van het Nederlands kennen en toepassen, waarom ze dat doen (zegt hun taalgevoel dat, vinden ze het logisch of hebben ze het zo geleerd) en welke vormen ze goed en mooi vinden. Maar liefst 17.000 mensen vulden zijn vragenlijsten in. Vijftig taalkwesties worden overzichtelijk besproken. Per taalkwestie geeft Van Wingerden eerst aan wat mensen goed vinden (bijvoorbeeld iemand op wie of iemand waarop) en wat ze mooi vinden. Vervolgens vat hij de mening van experts samen (de taaladviesdiensten van Onze Taal en de Taaltelefoon, de Taalunie en de VRT), legt hij uit hoe het precies zit en sluit hij het hoofdstuk af met een buitengewoon praktische conclusie: dit moet je onthouden.

Je gaat met een andere bril naar het Nederlands kijken.

Van Wingerden, neerlandicus en jarenlang taaladviseur, weet waar hij het over heeft. Hij legt de kwesties begrijpelijk uit, meldt opmerkelijke ontwikkelingen (bijvoorbeeld: 82% van de zestigplussers vindt hij wilt echt fout en bij de dertigminners is dat nog maar 42%) en hij schetst de soms verrassende herkomst van de regels (zoals ‘het verbod’ op groter als van taalgeleerde Huydecoper in 1730 terwijl dat toch echt de spreektaal was). Soms schuwt hij een stevige mening niet, zeker niet als het schoolmeesterregels betreft ‘die je worden opgelegd en waarmee je vervolgens zelf anderen gaat lastigvallen’. Zo noemt hij de hen-hun-regel krankzinnig en vindt hij dat het kunstmatige verschil tussen op wie en waarop een regel is die met wortel en tak zou moeten worden uitgeroeid.

Maar zo heb ik het geleerd! is niet alleen zeer gevarieerd, toegankelijk en gewoon leuk om te lezen, het boekje is ook heel praktisch, niet in de laatste plaats omdat het je ervan bewust maakt hoe taalregels tot stand komen en hoe onnadenkend we die soms zelf ook weer uitdragen. Je gaat met een andere bril naar het Nederlands kijken.

Voorbeelden
 

‘Massaal verkeerd in het hoofd’: hen en hun

‘Hen of hun? Dat is een krankzinnige regel, want het Nederlands heeft in geen enkel ander geval verschillende vormen voor ‘lijdend voorwerp’ (Ik heb hen gefeliciteerd) en ‘meewerkend voorwerp’ (Ik heb hun een fles wijn gegeven). En dan hebben mensen de regel ook nog eens massaal ‘verkeerd’ in hun hoofd, misschien wel omdat ze hun (vanwege hun hebben?) lelijk vinden, of omdat hen nu eenmaal minder spreektalig overkomt. De moderne regel is in opkomst: schrijf in alle gevallen hen. Hun is dan uitsluitend bezittelijk: hun huis. De klassieke regel is: hun is meewerkend voorwerp.’

Mild over ‘haarziekte’

‘Is het Frankrijk lokt al decennia veel toeristen naar haar wijnstreken en stranden of naar zijn wijnstreken en stranden? De taalautoriteiten zijn duidelijk: landen en steden zijn onzijdig, dus je verwijst ernaar met het en zijn. Haar en zij zijn simpelweg fout. Maar sommige taalkundigen oordelen milder over de haarziekte. Bijvoorbeeld Nicoline van der Sijs. Zij stelt dat collectieve en abstracte begrippen al sinds de achttiende eeuw vaak als vrouwelijk worden opgevat. Verder werden steden en landen vroeger, naar klassiek voorbeeld, gepersonifieerd: verbeeld als vrouwelijke figuur. Allebei die tradities vind je terug in de huidige sterke neiging om, in elk geval in de geschreven taal, zij en haar te gebruiken.’

Expressief uitprinten

‘Uitprinten is goed Nederlands. Het is expressief: het drukt een deel van de betekenis expliciet uit dat anders onbenoemd blijft. Uit wijst vaak op een resultaat: bij uitprinten zie je de bedrukte stapel papier voor je. Er zijn meer voorzetsels die op die manier een deel van de betekenis uitlichten: inhuren (je haalt gehuurd personeel je bedrijf binnen), doorverwijzen (je benadrukt dat iemand een volgende stap gaat zetten) en opstarten (niet zomaar met iets beginnen, maar het ook opbouwen).’

'Maar zo heb ik het geleerd!' is online en in de boekwinkel te koop. Op de website van uitgever Van Dale zijn ook vijf extra hoofdstukken te downloaden.