Editie september 2018

 

Rubriek: 
Auteur: 
Mathilde Jansen

Commissie Digitaal Erfgoed pleit voor open data

Erfgoedinstellingen zoals musea en archieven moeten hun collecties digitaal openstellen met zo min mogelijk beperkingen. Dat is het advies aan de erfgoedsector en aan beleidsmakers in het derde en laatste rapport van de Commissie Digitaal Erfgoed, die in het leven is geroepen door de Taalunie. Het is in feite een pleidooi om publieke ruimte op te eisen in de digitale wereld. "Ook op internet moet je vrij rond kunnen struinen, zonder meteen consument te zijn", aldus voorzitter Marco de Niet.

Hoewel de positie van het Nederlands volgens een recent rapport van de Taalunie vrij rooskleurig is blijft waakzaamheid geboden, zeker ook in de digitale wereld. Daarin moet het Nederlands immers nog meer dan in de fysieke wereld wedijveren met dominante talen zoals het Engels. Het ligt daarom voor de hand dat Nederland en Vlaanderen samen optrekken in het versterken van de digitale positie van het Nederlands. Dat was dan ook een belangrijke aanbeveling in een eerder advies van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren en een drijfveer voor de oprichting van de Commissie Digitaal Erfgoed.

De commissie werd vijf jaar geleden opgericht op advies van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren, een onafhankelijk adviesorgaan van de Taalunie. De digitalisering van taal en literatuur stond hoog op de agenda van de raad, en omdat er rondom digitaal erfgoed al allerlei beleidsontwikkelingen gaande waren, was het een logische stap om de samenwerking tussen Nederland en Vlaanderen op dit gebied te laten evalueren én aanjagen door een commissie.

"Investeren in digitalisering en open data betaalt zichzelf op den duur terug."

Metadata

"Taal is een cruciaal instrument voor het vindbaar maken van digitaal erfgoed", licht Marco de Niet toe als voorzitter van de Commissie Digitaal Erfgoed. Net als de meeste commissieleden is De Niet werkzaam in de erfgoedsector. Tot voor kort was hij directeur van Digitaal Erfgoed Nederland (DEN), nu is hij divisiemanager en plaatsvervangend directeur bij de Universitaire Bibliotheken Leiden.

Dat vindbaar maken van collecties gebeurt via zogenaamde metadata: beschrijvingen van de collecties waaraan ook trefwoordenlijsten (thesauri) gekoppeld worden. En bij het formuleren van die metadata en gekoppelde taalsystemen, is het in het belang van de gebruiker dat instellingen intensief samenwerken. "Als de ene instelling kiest voor de beschrijving ‘fiets’ en de andere voor ‘rijwiel’, en jij zoekt op internet naar de geschiedenis van de fiets, loop je informatie mis. En het is de taak van erfgoedinstellingen om bronnen over onze culturen en onze geschiedenis voor de samenleving zo goed mogelijk beschikbaar te houden."

Analoge bril

Een belangrijk doel van de commissie was om samenwerking tussen Vlaanderen en Nederland te versterken. Vandaar dat in de commissie niet alleen mensen uit de erfgoedsector, maar ook beleidsmakers en ambtenaren van ministeries van Vlaanderen en Nederland zitting hadden. "Voorheen was die samenwerking meer incidenteel, we hebben er nu een semi-structureel karakter aan gegeven. We hopen dat het contact tussen de twee ministeries ook na de verschijning van dit laatste rapport blijft bestaan." Een verdere samenwerking tussen Nederlandse en Vlaamse beleidsmakers was ook een van de aanbevelingen uit het tweede rapport van de commissie.

Een andere belangrijke les die getrokken kon worden uit de evaluatie van eerdere projecten, was dat ambtenaren en beleidsmakers moeten leren digitaal te denken. De Niet: "Veel ambtenaren en beleidsmakers kijken naar digitale ontwikkelingen door een analoge bril. Terwijl de digitale wereld een heel eigen dynamiek heeft. Het vergt een cultuuromslag in het denken. In de analoge wereld kun je projecten financieren voor een jaar, bijvoorbeeld om een boek uit te geven. Maar een website of een ander digitaal systeem moet je nog jaren onderhouden. Het systeem voor publieke financiering is daar nog niet op ingericht."

Open data

Het derde en laatste rapport pleit voor het digitaal openstellen van erfgoedcollecties met zo min mogelijk beperkingen voor de gebruiker. Denk bijvoorbeeld aan de afbeeldingen van het Rijksmuseum, die je in hoge resolutie kunt downloaden en naar eigen behoefte kunt bewerken. Het zou de norm moeten worden volgens De Niet, want "die collectie is van ons allemaal". Bovendien kan het Rijksmuseum zich dit prima permitteren: "Ze hoeven geen geld voor de inhoud te vragen, maar verdienen aan acties rondom die inhoud: merchandising, evenementen."

Volgens De Niet geldt ook voor kleinere instellingen dat investeren in digitalisering en open data zichzelf op den duur terugbetaalt. Hun collecties worden op die manier immers zichtbaarder op meer plekken in de samenleving. Maar daarvoor hebben ze wel een steuntje in de rug nodig van de overheid. "Die zou bij het verstrekken van cultuursubsidies dit soort investeringen moeten belonen. En niet alleen kijken naar het fysieke aantal bezoekers van een museum, maar in de beoordeling ook meenemen hoeveel en op welke wijze internetgebruikers in aanraking komen met de collecties."

“Laat die kennis en die data leven, want mensen kunnen er fantastische dingen mee doen, veel meer dan je zelf ooit voor mogelijk had gehouden.”

Geen consument

Betaaldiensten voor de toegang tot collecties zijn in ieder geval geen oplossing voor het compenseren van de kosten, zo blijkt uit eerdere pogingen daartoe. Mensen blijken nauwelijks bereid te betalen voor historisch beeldmateriaal. Bovendien druist het in tegen de functie van semipublieke instellingen, aldus De Niet: "De erfgoedsector is voor mij een belangrijk domein in de digitale wereld waar je vrij kunt rondkijken zonder dat je meteen je privégegevens verkoopt of gedwongen wordt om iets te kopen. Waar je burger bent in plaats van consument."

Om open data mogelijk te maken zijn er niet alleen financiële maar ook juridische drempels, zoals de AVG of de auteurswet. Deze laatste krijgt uitgebreid aandacht in het rapport. Het auteursrecht op een werk eindigt 70 jaar na de dood van de maker. Daarna komt het werk in principe in het publieke domein. Maar voor veel historisch fotomateriaal uit de twintigste eeuw is niet uit te maken bij wie de rechten liggen. De commissie pleit daarom voor een uitzonderingspositie van de erfgoedsector.

Crowdsourcing

Met dit rapport wil de commissie zowel de mensen in de erfgoedwereld als de beleidsmakers ervan doordringen dat open data in het belang zijn van onze kennismaatschappij. Hoe open data kunnen leiden tot nieuwe kruisbestuivingen ondervond De Niet aan den lijve toen hij op vakantie was in Alaska. "Bij terugkomst had ik mijn foto’s op Flickr gezet. En ik kwam erachter dat die foto’s door een Amerikaanse universiteit werden gebruikt om de ontwikkeling van gletsjers te onderzoeken."

"Dat is de kracht van crowdsourcing. Daar zit zo’n enorme potentie in. Dat hangt samen met mijn visie op open data: je moet niet als een broedse kip op je collecties willen zitten. Er zijn natuurlijk grenzen, zoals privacy en erkenning van auteursrechtelijke beperkingsrechten, maar de essentiële gedachte is: laat die kennis en die data leven, want mensen kunnen er fantastische dingen mee doen, veel meer dan je zelf ooit voor mogelijk had gehouden."