Editie september 2018

 

Rubriek: 
Auteur: 
Miet Ooms
Foto: 
Koen Van de Moortele

Een nieuwe standaard voor braille

Op 12 december 2017 is de Braille Autoriteit opgericht. Binnen dit convenant zullen verschillende werkgroepen van braillegebruikers, -producenten, dienstverleners en onderwijsverstrekkers standaarden voor braille ontwikkelen en toepassen. De Braille Autoriteit werd gerealiseerd met een startsubsidie van de Nederlandse Koninklijke Bibliotheek en is ondergebracht bij de Taalunie, de instantie die sinds 1980 instaat voor het gemeenschappelijke beleid rond taal en letteren in het Nederlandse taalgebied.

Waarom normeren?

Er is maar één aspect van het Nederlands echt genormeerd: de spelling. Nu mopperen we er vaak op, en vragen we ons af waarom die regels zo nodig zijn. Maar ooit was dat anders. Na de uitvinding van de boekdrukkunst explodeerde de markt van het geschreven woord: zowel het aantal gebruikers – lezers – als het aantal producten nam spectaculair toe. Om zoveel mogelijk mensen die geschreven taal zonder problemen te kunnen laten leren en gebruiken groeide de wens tot eenvormigheid. Een schrijfnorm dus.

Braille zit nu in een gelijkaardige situatie: het schrift voor blinden en slechtzienden is in nog geen 200 jaar tijd wereldwijd in gebruik gekomen. Daardoor was er behoefte aan meer schrifttekens die alleen bij bepaalde talen in gebruik zijn, zoals de ß in het Duits en de ñ in het Spaans. Intussen wordt meer en meer informatie digitaal beschikbaar gesteld, en door het internet is het verspreidingsgebied van die informatie ook veel groter geworden. Software moet die op een vlotte manier kunnen omzetten naar braille. Daardoor is nu ook voor braille de behoefte aan een standaard, een schrijfnorm, erg groot.

Wat voor standaard nodig?

Brailletekens bestaan uit zes puntjes die binnen een vaste rechthoek in een bepaalde combinatie staan. De betekenis van de meeste tekens ligt vast. Wat moet er dan nog gestandaardiseerd worden?

Bart Simons, lid van het Besluitvormend Comité van de Braille Autoriteit, legt uit: “In 6-puntsbraille zijn er 64 combinaties, tekens, mogelijk. Dat is onvoldoende om alle symbolen weer te geven. Er is geen probleem voor de ‘gewone’ letters, wel voor de vele symbolen die in teksten kunnen voorkomen; dat is bovendien afhankelijk van de taal. We moeten daarom creatief zijn: zo bestaan heel wat symbolen uit twee opeenvolgende brailletekens. Ook dubbel gebruik is mogelijk, afhankelijk van de context: we gebruiken bijvoorbeeld hetzelfde brailleteken voor het plusteken en het uitroepteken. Het enige verschil is dat een plusteken voorafgegaan en gevolgd wordt door een spatie terwijl het uitroepteken meteen aan het woord wordt geschreven. Hetzelfde brailleteken kan nu, zonder duidelijke afspraken, dus meerdere betekenissen hebben.

De oprichting van de Braille Autoriteit is dan wel een feit, maar het echte werk begint nu pas. 

Een ander probleem zijn de accentletters. We kunnen in braille geen accent circonflexe of trema boven een letter plaatsen. Voor elke accentletter hebben we dus een andere puntencombinatie nodig. Voor 6-puntsbraille is er wel een standaard, maar de laatste grote herziening dateert van 2005, dus die is hier en daar aan een update toe.

En dan zijn er de speciale tekens voor wiskundige formules, scheikundige symbolen en dergelijke. Daar hebben we geen standaard en het is dus onmogelijk om informatie eenduidig om te zetten naar braille. Met name voor studieboeken is het cruciaal dat de blinde lezer een exacte weergave krijgt van het gedrukte boek.”

“Sinds de opmars van de computer en het internet maken we onder meer gebruik van de brailleleesregel om digitale teksten te lezen. Speciale software zet digitale teksten om in brailletekens en die verschijnen op die leesregel. Omdat de meeste brailleregels maar 40 tekens bevatten, maken we hier gebruik van 8-puntsbraille. Op die manier zijn er 256 combinaties mogelijk, waardoor de brailleweergave compacter wordt.

Een voorbeeldje: bij 6-puntsbraille gebruiken we de eerste 10 letters van het alfabet ook voor cijfers. Die tekens worden dan voorafgegaan door een specifiek cijferteken, dat signaleert dat het volgende teken een cijfer is en geen letter. Bij 8-puntsbraille kunnen we dat aangeven door een puntje toe te voegen onder het letterteken. Het probleem bij 8-puntsbraille is dat daar nooit een standaard voor is opgesteld. Producenten van brailleproducten hebben met de beste bedoelingen eigen regels bepaald. Dat maakt het voor de gebruiker moeilijker om te weten wat er staat. Ook software heeft een standaard nodig om alles correct te interpreteren en eenduidig in braille om te zetten.”

De autoriteit van de Braille Autoriteit

De Braille Autoriteit is een convenant dat werd opgericht om die standaarden te ontwikkelen. Het werd op 12 december 2017 door bijna alle stichtende leden ondertekend. Op 29 mei 2018 zetten de laatste twee stichtende leden hun handtekening. Nieuwe leden kunnen later nog steeds toetreden.

De stichtende leden bestaan uit gebruikersgroeperingen, producenten, dienstverleners en onderwijsverstrekkers. Die diverse groepen zijn niet alleen nodig om die standaarden te ontwikkelen, maar ook om ze te implementeren, aan te leren en te verspreiden. Een norm heeft immers alleen maar waarde als die ook gedragen wordt door iedereen die met braille in aanraking komt.

Echte autoriteit zal de Braille Autoriteit pas krijgen als de organisaties de ontwikkelde standaarden ook effectief zullen toepassen.

Bart Simons: “Na de vorige actualisering van de 6-puntsnorm was er geen centraal instituut om die norm te promoten en op te volgen. Voor de 8-puntsnorm is zo’n standaardisering zelfs nooit gebeurd. Er zijn wel al losse initiatieven geweest. Zo heeft de Vlaamse Onderwijsraad enkele jaren geleden een standaard voor wiskunde laten ontwikkelen. Mogelijk zijn er in Nederland ook al zulke initiatieven geweest.

Maar als die initiatieven niet centraal gedragen worden, raken ze niet goed ingeburgerd. Daarom is het erg belangrijk dat zowel gebruikersorganisaties als producenten en onderwijs zich engageren om die standaarden te ontwikkelen en toe te passen. Het convenant heet dan wel Braille Autoriteit, echte autoriteit zal ze pas krijgen als de organisaties de ontwikkelde standaarden ook effectief zullen toepassen.”

Concrete plannen

De oprichting van de Braille Autoriteit is dan wel een feit, maar het echte werk begint nu pas. Bart Simons: “Hoewel de Braille Autoriteit pas in december formeel is opgericht, zijn we achter de schermen al bijna een jaar bezig. We hebben enkele werkgroepen opgericht: een voor een update van 6-puntsbraille, een voor de ontwikkeling van een standaard voor 8-punts en een werkgroep die zich specifiek richt op wiskundige symbolen. Vorige maand is een eerste update van de 6-puntsnorm op de website gepubliceerd. Hiervoor heeft de werkgroep eerst opmerkingen verzameld bij de gebruikers. Uit die wijzigingsverzoeken zijn er negen verwerkt en gepubliceerd op de website braille-autoriteit.org. De andere werkgroepen zijn later aan de slag gegaan.

Het zou mooi zijn als alle werkgroepen na het huidige mandaat van twee jaar tot een resultaat, een standaard, komen en dat het onderwijs en de producenten die standaard vervolgens gaan toepassen. Maar als we willen voorkomen dat ook deze standaard na een tijdje weer verzandt, is er meer bestendigheid nodig dan een convenant kan bieden. Met andere woorden: er zou een instantie moeten komen, een vaste organisatie die deze standaarden blijft opvolgen, bijwerken en verspreiden. Dit convenant is alvast een goed begin.”