Editie april 2014

Natalia
Natalia
Rubriek: 
Auteur: 
Maarten Dessing

Informele taal in de media: uit den boze of doodnormaal?

Het informeel Nederlands krijgt steeds meer ruimte op radio en tv. Is dat erg? Integendeel, vinden presentatoren. Maar er is wel een grens die niet mag worden overschreden.

Neem een woord als 'neuken'. Dertig jaar geleden zou Frits Spits dat nooit durven zeggen op de radio. Nu vermijdt de presentator van De Taalstaat (iedere zaterdag bij de KRO op de Nederlandse Radio 1) het woord nog altijd, maar dat is een persoonlijke keuze. 'Ik zou er geen problemen meer mee hebben als het moest.'

Het is een logisch gevolg van de 'enorme verschuiving' van het taalgebruik in Nederland die hij waarneemt. 'De taal is veel informeler geworden', zegt hij. 'Vergelijk koning Willem-Alexander met Beatrix, dat is misschien wel het beste voorbeeld van de verandering. De media volgen die verandering.'

'De taal is veel informeler geworden. Vergelijk koning Willem-Alexander met Beatrix' 

Zachte g

Spits is niet de enige die constateert dat het Nederlands op radio en televisie informeler is geworden. In de jaren tachtig was een accent absoluut taboe. Een Limburgse presentator als Twan Huys (Nieuwsuur) dacht daarom dat hij nooit aan de bak zou komen in Hilversum. Nu werkt zijn zachte g juist vertederend bij kijkers.

In Vlaanderen heeft de VRT de informalisering zelfs officieel vastgelegd bij de wijziging van het taalbeleid in 2012. Standaardtaal blijft de norm, maar variaties daarop werden meer toegestaan – afhankelijk van het programmagenre en de rol van de spreker. Een enquête onder kijkers en luisteraars bevestigde dat zij daar geen moeite mee hebben.

Respect, dus geen dialect

Maar er blijft een grens aan wat kan. Dat bleek toen de Vlaamse zangeres Natalia begin februari de uitreiking van de MIA's, de Vlaamse Muziekawards, presenteerde met een sterk Kempische tongval. Of toen, vrijwel tegelijkertijd, stand-upcomedian Bart Cannaerts de tv-quiz De Pappenheimers leidde met een Mechels accent.

Een storm van verontwaardiging stak op. Presentatoren die niet te verstaan zijn van Koksijde tot Maaseik – dat kán niet. 'Een presentator die dialect spreekt, heeft geen respect voor de kijker,' oordeelde tv-monument Luc Appermont, die zelf veertig jaar onberispelijk Nederlands sprak voor de microfoon.

'Presentatoren mogen minder dan verslaggevers'.

Spreektaal

De Nederlandse media kennen dezelfde grens. Twan Huys' zachte g kan wel, het Limburgs dat hij thuis sprak niet, vindt Spits. 'Als presentator van een massamedium wil je zo veel mogelijk mensen bereiken. Dan is je opdracht de taal van het grootste publiek te gebruiken. Om dezelfde reden gebruik je ook geen heel moeilijke worden.'

Bij het NOS Journaal moeten presentatoren 'zo veel mogelijk vlotte en alledaagse spreektaal' bezigen, vertelt nieuwslezer Jeroen Tjepkema. Hij is lid van de kleine tien man sterke taalcommissie van de omroep. Afwijkingen als een dialectische tongval worden geaccepteerd zolang het niet afleidt van de inhoud.

Omvergelazerd

'Presentatoren mogen minder dan verslaggevers. Presentatoren hebben sterker een voorbeeldfunctie en moeten daarom neutraler zijn. Soms is het ook een beetje zoeken. Het jongerennieuwsprogramma NOS op 3 verving 'ten val komen' bij het schaatsen door 'omvergelazerd'. De taalcommissie heeft toen geadviseerd: 'onderuitgegaan'. 

Uiteraard krijgt de NOS kritiek op afwijkingen. Presentatoren worden dan aangesproken op het gebruik van 'heeft-ie' in plaats van 'heeft hij'. 'Maar als je iedere keer nadrukkelijk "heeft hij" zegt, klinkt dat niet alledaags genoeg', vindt Tjepkema. 'In Vlaanderen is men daar strenger in. Daar hoor je altijd "kastje" in plaats van "kasje".'

Jip en Janneke

Heftig werd de kritiek slechts één keer. Dat was toen bij de restyling van het NOS Journaal in 2012 de presentatoren jip-en-janneketaal zouden moeten gaan praten. Dat leek alleen maar zo, legt Tjepkema uit, omdat de hoofdredactie voor het eerst uitsprak dat zo veel mogelijk spreektaal de norm is. 'En dat doen we al zo lang ik er werk.'

Heisa

In Vlaanderen lijkt de ophef groter te zijn als het Nederlands te informeel wordt. Het optreden van Natalia leidde zelfs tot politieke vragen. De openbare omroep had de beheersovereenkomst met de Vlaamse overheid geschonden, vond de Vlaams-nationale N-VA. Wat de VRT daarna deemoedig erkende. Maar ook in Nederland zou 'het commentaar niet van de lucht zijn' als de uitreiking van de Edisons, de Nederlandse muziekawards, aan elkaar werd gepraat in het Limburgs, is Spits' overtuiging. 'Ik weet niet of de heisa even groot zou zijn, maar dát er vragen over komen is zeker. De gevoeligheid is dezelfde.'

Chaos

Het verschil is dat in Nederland sprekers van dialect of een al te informele tussentaal vanzelf overstappen op Standaardnederlands als zij het woord nemen in de openbare ruimte. Dat leren ze van jongs af aan op school. Ten tweede: de sprekers moeten wel erg afwijken van de norm willen zij onverstaanbaar worden.

'In Nederland valt de variatie nog mee', erkent directeur Geert Joris van de Nederlandse Taalunie. 'Maar in Vlaanderen kan het dialect enorm verschillen in dorpjes die op een paar kilometer afstand liggen. Er zou een onverstaanbare chaos ontstaan als iedereen in de media zijn eigen dialect spreekt.'

Standaardnederlands

Daar komt nog bij: de grote historische gevoeligheid voor het behoud van de eigen taal in Vlaanderen. 'Die permanente zorg zie je op alle niveaus,' zegt Joris. 'Toen iemand op Twitter – toch hét café op internet – over Natalia zei: "Laat dat mens toch doen", reageerde een West-Vlaming: "Ho ho, mogen wij alsjeblieft ook meeluisteren".'

Over de gevolgen van een té informeel Nederlands op radio en tv zijn Nederlanders dan ook laconieker. De Nederlandse Taalunie is voor taalvariatie maar wil vooral blijven inzetten op Standaardnederlands omdat teveel variatie ‘ons niet verder helpt’, aldus Joris. In bijvoorbeeld handel en rechtspraak is elkaar precies begrijpen cruciaal. Als iedereen zijn eigen variëteit hanteert, wordt dat onmogelijk.

Nieuwkomers

'Ook voor nieuwkomers wordt het moeilijker de taal te leren als zij in media geen Standaardtaal meer horen,' zegt Joris. 'De Nederlandse minister Jet Bussemaker wil dat buitenlandse studenten eerst Nederlands leren. De Vlaamse minister Geert Bourgeois is een campagne gestart om met nieuwkomers Nederlands te oefenen. Dan moet er toch een standaard zijn.'

Petitie

In Vlaanderen krijgt dit standpunt veel bijval. De Actiegroep Nederlands die een petitie startte tegen het uiteendrijven van Nederland en Vlaanderen door het oprukken van tussentaal, onder meer op televisie, verzamelde voor meer dan negentig procent vooral handtekeningen uit Vlaanderen. De Nederlandse presentatoren Tjepkema en Spits geloven juist niet in een doemscenario. Integendeel, zegt Spits. 'In Nederland kunnen anderstaligen veel beter dan vroeger Nederlands van de radio leren. De spreektaal die presentatoren nu gebruiken, wijkt veel minder af van de alledaagse praktijk dan het Nederlands dat ze in de jaren zestig spraken. Dat was te formeel.’